4. Met een doel voor ogen...


De beroepshouding die mensen van je verwachten, hangt nauw samen met het soort werk dat je doet. Van iemand met een zorgend beroep verwachten we een andere houding dan van iemand met een commerciële baan. En aan de houding van mensen die met mensen omgaan, worden andere eisen gesteld dan aan die van technici in een laboratorium.

Als je iets over de beroepshouding wilt zeggen, is het dus nodig te weten waar de beroepsgroep zich op richt. Wil zij aanbodgestuurde zorg bieden dan vraagt dat om een andere houding dan wanneer zij vraaggestuurde zorg verleent. En om ruimte te kunnen geven aan de ervaringsdeskundigheid van de zorgvragers zelf dan is een andere houding vereist dan wanneer de beroepsbeoefenaren eigenlijk alleen vertrouwen op hun eigen evidence based knowledge.

De doelen die een beroepsgroep voor ogen heeft, zijn te vinden in min of meer formele teksten, zoals de eed van Hippocrates, de Nederlandse artseneed en in de diverse beroepsprofielen en beroepscodes. In die vorm zijn ze overigens vaak nog niet zo goed hanteerbaar in de praktijk. Daarvoor moeten ze eerst 'vertaald' worden naar concreet gedrag.

|

Nee zeggen als kunst

Verkeersbord
Gisteren kwam ik in Zwolle dit bord tegen dat 'nee' zegt tegen automobilisten. Tegelijkertijd vertelt het dat nee-zeggen een kunst is. Dat laatste heeft me geïnspireerd bij het werken aan de pagina "Nee leren zeggen" elders op deze site.

Ik realiseer me dat nee zeggen inderdaad een kunst is. Nee zeggen blijkt vaak heel moeilijk, zeker als je in de gezondheidszorg werkt. Hoe kun je nee zeggen tegen mensen die hulp zoeken? Hoe zeg je nee zonder boze of teleurgestelde gezichten te krijgen? En is het niet betuttelend om nee te zeggen?

Maar nee zeggen is soms wel zo eerlijk. Eerlijk tegenover jezelf en tegenover anderen. Want soms wordt het je even teveel; soms kun je er niet meer tegen of heb je het gewoon te druk. Nee zeggen maakt dan zichtbaar waar jouw grenzen liggen en dat helpt, bijvoorbeeld om een burn-out te voorkomen.

|

3. Kleedt u zich maar even uit...


Gewone omgangsvormen en persoonlijke karaktertrekken zijn weliswaar bepalend voor een goede beroepshouding, maar zijn daarvoor niet typisch. Je vindt ze immers bij iedereen, ook bij de niet-professional. De vraag is wat dan wél kenmerkend is voor de beroepshouding in de zorg.

Misschien komen we kenmerkende aspecten op het spoor door eens stil te staan bij de opvallende constatering dat je als zorgverlener zonder blikken of blozen kunt zeggen "kleedt u zich maar even uit." Iets dat bepaald niet iedereen zomaar ongestraft kan doen. Maar ook de zorgverlener kan dat maar op strikte voorwaarden. Zo wordt van hem verwacht dat hij een veilige omgeving creëert, dat hij geen misbruik maakt van de situatie en dat hij alles strikt vertrouwelijk behandelt. Kortom: dat hij er als een professional mee omgaat.

Kennelijk bestaan er voor de beroepsbeoefenaar strikte regels over de houding die hij moet aannemen. Over de manier dus waarop hij geacht wordt te handelen. Veiligheid creëren, betrokkenheid tonen met behoud van distantie en vertrouwen scheppen zijn alvast drie belangrijke aspecten van een goede beroepshouding die al wat meer kenmerkend zijn.

we zoeken verder.....

(foto: Gracey Stinson)

|

2. Of het 'klikt'

Behalve door de gewone omgangsvormen wordt de beroepshouding ook bepaald door het persoonlijke karakter van de beroepsbeoefenaar. Ligt het de één in zijn aard om zich moeiteloos te voegen naar de behoeften van de zorgvrager, de ander is van nature meer geneigd om op eigen kompas te varen. En waar de één gemakkelijk met emoties weet om te gaan, daar raakt de ander al gauw in verlegenheid.

Voor een goede beroepshouding lijkt het karakter me dus heel belangrijk. Het geeft 'kleur' en inhoud aan die houding. Zo bepaalt het karakter ook of het 'klikt' tussen de zorgvrager en professional, of er wel of niet makkelijk een vertrouwensband ontstaat. Als het lukt om vertrouwen te wekken dan is in principe de weg vrij om het zorgproces op gang te brengen en goede zorg te geven.

Overigens hangt het wel van de aard van de zorg af of de persoonlijke karaktertrekken van de zorgverlener er veel toe doen. Hoe technischer de verrichtingen, hoe vaker je hoort dat het niet zo belangrijk is wíe het doet, als ze het maar goed doet. Maar gaat dat niet wat al te snel? Wordt het technische aspect niet makkelijk overschat, ten koste van de heilzame aandacht en zorgzaamheid van iemand die je vertrouwen weet te winnen?


|

1. Gewone omgangsvormen

handen

Het is lastig om in één zin te beschrijven aan welke eisen een goede beroepshouding moet voldoen. Alsof het om een helder afgebakend begrip gaat. Zinniger lijkt het om diverse aspecten van een goede beroepshouding één voor één te bekijken en te zien wat voor totaalbeeld er dan ontstaat.

Om te beginnen stel ik vast dat een goede beroepshouding altijd óók te maken heeft met de gewone omgangsvormen, zoals: iemand fatsoenlijk te woord staan, luisteren naar wat hij zegt, vertrouwen wekken en rekening houden met zijn persoonlijke levenssfeer. Vormen die iedereen met wie je dagelijks in contact komt, wel min of meer weet te hanteren. Natuurlijk zijn die vormen aangepast aan de situatie; bij contact tussen vrienden zien ze er anders uit dan bij een korte zakelijke ontmoeting met iemand op straat.

De omgangsvormen waar je aan gewend bent, liggen aan de basis van een goede beroepshouding. Want goede omgangsvormen maken als het ware de weg vrij voor specifiek contact, zoals dat tussen zakenmensen, tussen zorgvrager en zorgverlener of tussen mensen die samen op vakantie gaan. Zonder deze vertrouwde omgangsvormen, die we als vanzelfsprekend bij elkaar verwachten te vinden, verloopt een contact vaak stroef en ongemakkelijk. En dat is een slechte start voor het opbouwen van een zorgrelatie tussen zorgvrager en professional.

(foto: OctavioLopez)

|