beroepshouding in de zorg


Bij het beschrijven van de competenties van de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg wordt steeds ook de beroepshouding (attitude) genoemd. Zouden alleen de noodzakelijke kennis en vaardigheden vermeld worden dan was de beschrijving onvolledig. De vraag is nu wat die beroepshouding precies toevoegt en hoe essentieel zij is voor het functioneren van de zorgverlener.

Met beroepshouding wordt een lastig te definiëren dimensie van het professionele handelen bedoeld waarmee de zorgverlener laat zien wie hij is en hoe hij met zorgvragers en collega's om wil gaan. In en door zijn beroepshouding maakt de zorgverlener zichtbaar vanuit welke persoonlijke betrokkenheid hij in de zorg staat, hoe moreel gevoelig hij is en door welke waarden hij zich laat motiveren en inspireren. De beroepshouding voegt wat toe aan wat hij met zijn zorgend handelen wil bereiken: feitelijke handelingen verrichten of die handelingen ook zo goed mogelijk als passend antwoord op de zorgvraag willen presenteren.
Als voorbeeld: wil hij met het geven van informatie de zorgvrager alleen laten weten wat er precies gaat gebeuren, of wil hij ook nog uitstralen dat het goed zal komen en dat de patiënt erop kan vertrouwen dat hij in veilige handen is?

De beroepshouding maakt de zorgverlener, in meerdere of mindere mate, zélf tot instrument van zorg. Hij gééft niet alleen zorg, hij ís zelf zorg, door zijn houding. En daarmee krijgt zijn optreden een nog sterkere morele lading. Het is niet alleen van belang wát hij doet, maar ook hoe hij het doet, preciezer gezegd, hoe hij als persoon betrokken is bij de zorg die hij verleent, hoe hij aansluit op de manier waarop de zorgvrager in het zorgproces staat; op diens vragen dus en onzekerheid, op zijn angst en hoop, of op zijn soms onbegrijpelijke onverschilligheid.

Om een begin te maken met het beschrijven van een goede beroepshouding in de zorg gaan we te rade bij enkele bestaande documenten. In het beroepsprofiel van de verpleegkundige (1999) vinden we 8 competenties voor de beroepshouding. (zie hiernaast)
Daarnaast vermeldt de Beroepenstructuur Zorg en Welzijn 'Klaar voor de Toekomst' (2005) 5 kernkwaliteiten die bij iedere beroepsbeoefenaar in meerdere of mindere mate verwacht mogen worden: betrokkenheid, empathie, assertiviteit, representativiteit en integriteit. Deze kwaliteiten zijn als deugden te beschouwen: de kwaliteiten die iemand heeft die hem tot een goed mens maken.

Op de diverse pagina's van deze site worden allerlei aspecten van een goede beroepshouding bijeengebracht. Door al die aspecten in beschouwing te nemen kan geleidelijk aan een steeds completer antwoord gegeven worden op de lastige vraag wat we onder een goede beroepshouding moeten verstaan.




Begrippen

  • beroepshouding (attitude)
    geheel van sociaalnormatieve kwalificaties; eigenschappen die een persoon in staat stellen arbeid te verrichten binnen de voor die arbeid kenmerkende verhoudingen (www.thesauruszorgenwelzijn.nl)
    of:
    een samenstel van visie op mens en maatschappij, houding, gedrag en methodische principes (Beroepsprofiel van de verpleegkundige 1999)
    of:
    Een 'weten te handelen' als professional, gemotiveerd en geïnspireerd door persoonlijke en professionele normen en waarden

  • competentie
    Een competentie is het geheel van kennis, vaardigheden en gedrags- en houdingselementen die een beroepsbeoefenaar nodig heeft om succesvol te zijn
    of:
    geïntegreerd geheel van kennis, inzicht, vaardigheden, attitudes en persoonlijke eigenschappen waarmee op adequate wijze resultaten kunnen worden behaald in een beroepssituatie, een leersituatie of een maatschappelijke situatie; competenties zijn te ontwikkelen (www.thesauruszorgenwelzijn.nl)

    • beroepscompetentie
      competenties van beroepskrachten om in voorkomende beroepssituaties op adequate, doelbewuste en gemotiveerde wijze proces- en resultaatgericht te handelen, dat wil zeggen passende procedures te kiezen en toe te passen om de juiste resultaten te bereiken; beroepscompetenties vormen een onderdeel van beroepsprofielen en kwalificatieprofielen (www.thesauruszorgenwelzijn.nl)
      of:
      'het vermogen en de wil van een persoon om effectief gedrag in een werksituatie te tonen' (Met het oog op de toekomst (2001) NIZW)


  • kernkwaliteit
    karaktereigenschap die tot het wezen van een persoon behoort (NIZW)
    De Beroepenstructuur Zorg en Welzijn 2005 'Klaar voor de toekomst' onderscheidt er vijf:
    1. assertiviteit
      kernkwaliteit die voor iedere beroepskracht in de sector zorg en welzijn vereist is; assertiviteit komt onder meer naar voren in het vermogen van de beroepskracht om zijn keuzes tegenover de cliënt of andere betrokkenen te verdedigen, om op een juiste wijze te reageren op conflicten en om duidelijk zijn grenzen aan te geven (NIZW)
    2. betrokkenheid
      kernkwaliteit die voor iedere beroepskracht in de sector zorg en welzijn vereist is; betrokkenheid komt onder meer naar voren in maatschappelijk engagement en in de visie dat alle mensen recht hebben op een goede kwaliteit van leven, ook als zij bijvoorbeeld beperkingen of gezondheidsproblemen hebben of in een achterstandssituatie verkeren; er is ook betrokkenheid bij de organisatie, bij de beroepsgroep en de branche nodig (NIZW)
    3. empathie
      kernkwaliteit die voor iedere beroepskracht in de sector zorg en welzijn vereist is; empathie komt onder meer naar voren in inlevingsvermogen in de situatie, leefstijl en/of cultuur van de cliënt en in het vermogen een vertrouwensband met de cliënt op te bouwen (NIZW)
    4. integriteit
      kernkwaliteit die voor iedere beroepskracht in de sector zorg en welzijn vereist is; integriteit komt onder meer naar voren in betrouwbaarheid en in zorgvuldigheid in het omgaan met informatie van cliënten, van de organisatie of van derden en in het vermogen om te werken volgens de beroepscode en algemeen geldende ethische normen (NIZW)
    5. representativiteit
      kernkwaliteit die voor iedere beroepskracht in de sector zorg en welzijn vereist is; representativiteit komt onder meer naar voren in een positieve en professionele uitstraling naar cliënten, collega's en andere beroepskrachten en in het vermogen om zich in zijn vak binnen en buiten de organisatie te profileren, waarbij hij zijn persoonlijke eigenheid weet te behouden (NIZW)

  • professioneel gedrag
    observeerbaar gedrag waarin normen en waarden van de beroepsuitoefening zichtbaar zijn

    De AMC Attitude en Communicatie Schaal (AACS) onderscheidt negen verschillende aspecten van professioneel gedrag: (toegespitst op dat van de co-assistent)
    1. Fatsoen en respect (in contact met patiënten)
    2. Adekwaat informatie vragen
    3. Adekwaat informatie geven
    4. Adekwaat omgaan met emoties van patiënten
    5. Structureren van de communicatie
    6. Inzicht in eigen emoties, normen, waarden en vooroordelen
    7. Adekwate omgang met verpleegkundigen en collegae
    8. Eigen grenzen kennen; bereidheid tot zelftoetsing; omgaan met feedback
    9. Blijk geven van inzet, betrokkenheid en verantwoordelijkheid

naar boven  Δ


Links
  • Competentieweb
    Competentieweb leidt u door het web van competenties....
    http://www.competentieweb.nl

  • Onderzoekslijn 'beroepshouding': normativiteit van de beroepshouding.
    Een onderzoek binnen het lectoraat 'Zorg aan mensen met chronische aandoeningen' van de Hogeschool Utrecht
    http://www.hvu.nl

naar boven  Δ


Discussiepunten

  • Beroepshouding vastleggen in maat en getal
    De behoefte is groot om alles in maat en getal uit te drukken en voor berekening en controle geschikt te maken. Het blijkt echter dat de beroepshouding zich niet zo makkelijk laat berekenen en controleren. Sterker nog, al die pogingen om haar vast te leggen staan de ontwikkeling van een goede beroepshouding gemakkelijk in de weg.

    Moeten we niet kiezen voor een goede beroepshouding door af te zien van pogingen haar in maat en getal vast te leggen en door meer ruimte te geven aan spontaniteit en vertrouwen, ook al betekent dat misschien dat controle moeilijker wordt?


  • Beroepshouding en eisen aan de persoonlijke moraal
    In de opleiding wordt gepoogd een goede beroepshouding aan te leren. Die beroepshouding is niet los te zien van persoonlijke karaktereigenschappen en deugden en is nauw verbonden met de persoonlijke moraal.

    Mogen we eisen stellen aan de persoonlijke moraal van de zorgverlener of behoren we ons te beperken tot eisen aan zijn beroepshouding?


  • Beroepshouding en evidence-based practice
    Professioneel handelen wordt tegenwoordig graag gezien als een evidence-based practice.

    Leidt deze voorkeur niet tot een beroepshouding die vooral gekenmerkt wordt door rationaliteit? En komen daardoor niet net díe aspecten van zorg in de verdrukking die haar tot goede zorg maken?

naar boven  Δ